Monday, June 13, 2011

De slurf

Die woensdag kwam de slurf aan.

Het was al lang geen geheim meer, natuurlijk. Schiedammers zijn echter precies zo trots en keurig als ze nieuwsgierig zijn, dus iedereen die die middag in de buurt van het station rondhing had daar een prima reden voor.

Mellie, de vrouw van de slager, kwam vragen wat een kaartje naar de verste heuvels achter de verre heuvels was, als ze derde klas zou reizen.

Lubbe, de timmerman, was zijn hamer kwijt. Misschien had hij hem wel in de wachtkamer laten liggen toen hij daar laatst het prikbord had gerepareerd.

Nilles, Tilles en Dilles, de drieling van boer Durk, waren indiaantje aan het spelen bij de elm voor het station. Ze droegen aardappelzakken en hadden veren uit hun moeders plumeau op hun hoofd.

Zelfs Hangnagel, de dominee, zat met een thermos vol hete thee op een bankje in de zon te wachten op een belangrijke brief die misschien vandaag wel uit het Oosten kwam en vast over kerkzaken zou gaan.

Opa Woert, die niemands opa was, maar door iedereen opa werd genoemd en die naast de dominee op het bankje zat, knikte. Kerkzaken waren heel belangrijk. Opa Woert vond altijd alles heel belangrijk. Voetbal. Hinkende kalveren. Knikkers.

-oOo-

Precies volgens de dienstregeling, precies om kwart over drie, rolde de trein hijgend en stoom brakend het station binnen. De remmen knarsten. De machinist liet de fluit vrolijk driemaal gaan.

Er stapte maar één iemand uit, Marco, de zoon van de bakker, die in een verre stad studeerde voor ideograaf. De stationschef nam de postzak aan van de hoofdconducteur en zette een kruisje in zijn boekje na zijn zakhorloge te hebben gecontroleerd.

Mellie, die bij het loket ongeduldig een dun sigaartje stond te roken, was al bijna bang dat ze voor niets helemaal naar het station was gekomen, toen eindelijk de conducteur de zware deur van de vrachtwagon open rolde en samen met de stationschef een grote kist op het perron tilde, waar Gurbe al glunderend stond te wachten. Hij droeg de groene, fluwelen jas die hij anders alleen op zondag droeg en had zijn breekijzer al klaar.

De nieuwsgierigheid had het inmiddels van het fatsoen gewonnen en zelfs de stoïcijnse stationschef (die meende alles al eens gezien te hebben wat van een trein kon komen) stond bijna op zijn tenen om over de schouders van half Schiedam iets mee te krijgen van wat er zou gebeuren.

Gurbe hurkte op één knie en stak het breekijzer onder de deksel. In een paar bewegingen had hij de kist open en kregen hijzelf en al zijn dorpsgenoten een eerste glimp van zijn prachtige, nieuwe slurf.

Eerbiedig bijna lichtte hij de slurf met beide handen uit de kist en hield hem omhoog in het zonlicht om hem van alle kanten te kunnen bekijken. Gurbe straalde erover. De slurf was precies zoals hij hem wilde, precies zoals in de catalogus.

Waarom ook eigenlijk wachten tot thuis?, dacht hij en deed de slurf op. Hij knipperde even verbaasd met zijn ogen alsof hij alles om zich heen voor het eerst zag en de opeen gedromde Schiedammers weken haastig uit elkaar terwijl Gurbe zijn slurf experimenteel heen en weer zwaaide, eerst een keer naar links en toen een keer naar rechts.

Maar toen stak Gurbe de slurf omhoog en trompetterde triomfantelijk!

Onwillekeurig begon iedereen te applaudisseren.

-oOo-

De eerste paar weken waren Gurbe en zijn slurf natuurlijk het gesprek van de dag. Mensen staarden en kinderen wezen wanneer hij op zijn fiets naar de markt kwam met zijn mand vol eieren en jam. Stoere jongens volgden hem op afstand en zagen, verstopt in de bosjes, hoe hij verse blaadjes van de bovenste takken van de bomen plukte en er mondenvol van at.

Maar een maand later vond iedereen het eigenlijk al gewoon en keek niemand er meer van op wanneer Gurbe heel stil midden op het gras van de Brink stond om te herkauwen of wanneer hij met een majesteitelijke tred tegen het licht van de ondergaande zon over de toppen van de heuvels liep.

Toch leek het die zomer wel alsof het elke dag iets warmer was dan ze in Schiedam waren gewend.

5 comments:

  1. Absoluutbovensteplankproza.

    ReplyDelete
  2. [Bij zoveelste herlezing:] Knap trouwens, die suggestie van serendipiteit in het eerste gedeelte.

    ReplyDelete